Wisselwijs

Opstelling en wissels in 5 tegen 5 (U8 en U9)

In 5 tegen 5 spelen de U8 en de U9. Het is de eerste spelvorm met een doelman en vaste posities, en meteen ook de spelvorm waarin trainers het vaakst met wissels zitten te puzzelen. Deze gids zet op een rij wat de regels vragen, hoe je een eerlijke wisselbeurt opbouwt en hoe je dat voor de aftrap al rond hebt.

Wat de regels vragen

Voetbal Vlaanderen speelt 5 tegen 5 in vier kwarten van 15 minuten, op een terrein van 25 op 35 meter. Er wordt doorlopend gewisseld, en de regel daarbij is duidelijk: iedereen "start" en iedereen speelt evenveel. Er is geen rangschikking: het gaat om spelen, niet om de uitslag.

Voor jou als trainer betekent dat twee dingen:

De posities

Een gangbare opstelling in 5 tegen 5 is een ruit:

Op deze leeftijd laat je spelers het best op verschillende posities proberen, ook in doel. Zet een speler die liever niet in doel staat er niet tegen zijn zin in, maar geef iedereen die het wil een kans.

Hoeveel speelt elke speler?

Reken eerst uit hoeveel speeltijd er te verdelen is. Er staan altijd 5 spelers op het veld, 60 minuten lang. Dat zijn 300 speelminuten. Deel die door het aantal spelers dat er is.

Spelers aanwezigMinuten per speler (gemiddeld)
650
7ongeveer 43
837,5
9ongeveer 33

Met 6 of 8 spelers gaat het mooi op. Met 7 of 9 niet, en daar loopt het vaak mis: twee spelers krijgen ongemerkt een kwart minder.

Rekenvoorbeeld: 7 spelers

Wissel je alleen bij het begin van een kwart, dan heb je 4 blokken van 15 minuten, met telkens 5 plaatsen: 20 plaatsen voor 7 spelers. Dat gaat niet eerlijk: de ene speelt 45 minuten, de andere 30.

Wissel je ook halverwege een kwart, na 7'30, dan heb je 8 blokken met elk 5 plaatsen: 40 plaatsen voor 7 spelers. Dat wordt:

Het verschil is nog maar één halve kwart. En wie deze week de 37'30 krijgt, krijgt volgende week de 45 minuten. Zo is het over het seizoen gelijk.

Een wisselschema in vier stappen

  1. Duid aan wie er is. Een speler die ziek is of later komt, telt niet mee voor de blokken waarin hij er niet is.
  2. Begin met de doelman. Beslis per kwart wie in doel staat. Een doelman wissel je meestal niet halverwege een kwart.
  3. Verdeel de blokken. Geef eerst iedereen evenveel blokken, en verdeel wat overblijft over wie vorige week het minst speelde.
  4. Controleer per speler. Tel na het plannen de minuten per speler. Staat er iemand onder het gemiddelde, schuif dan één blok door.

Op papier is vooral stap 4 werk. Daar zit ook de meeste kans op fouten.

Op de dag zelf

Een schema op papier houdt geen rekening met de speler die pas na het eerste kwart aankomt, of met de jongen die zich bezeert. Pas dan meteen aan:

Zo doe je het met Wisselwijs

Wisselwijs doet het rekenwerk. Je typt de namen één keer in, duidt aan wie er vandaag is, en kiest 5 tegen 5 (4 x 15 min). Daarna sleep je spelers op hun plaats per kwart, en ook voor de tweede helft van een kwart. Onderaan zie je per speler hoeveel minuten hij krijgt, en wie onder het eerlijke doel blijft, kleurt oranje.

Het is gratis en werkt op je gsm aan de zijlijn. Met je club erbij zien alle trainers van een ploeg dezelfde opstelling, en print je ze op één blad.

Plan je eerste wedstrijd · Meld je club aan